|
Margreet
Spoelstra
Van vroeger
waarom wees ze mij
de stenen toen het water
krinkelzwervend verte
na verte bespiegelde waarom
liet zij mij de stenen horen hoe
ze zongen terwijl dat niet kon
want stenen zingen
niet of in ieder geval waarom
zouden ze zingen als
zo stil het is
water vol lucht en
lichte rinkelbellen ik hoorde
van ver van vroeger in het ronde
en gladde misschien
dat ze daarom wees dat ik
zou horen hoe zacht
terras
Hij zag het niet, de man op het terras.
Zat oud en moe zijn lauwe bier te
drinken
en met zijn duim het viltje te verminken.
Hij zag haar niet, keek doelloos
in zijn glas.
Hij dacht aan hem, het nijgen van
zijn rug,
zoals hij opstond om zich aan te
kleden,
ontspannen lachend, warhaar, en
tevreden.
Dat was het laatste, hij kwam niet
terug.
Ze kijkt naar hem, zoekt warmte in
haar jas.
Ze ziet het nu, ze heeft vergeefs
gestreden.
De tafel tussen hen wordt langzaam
breder.
Een tel stelt ze zich voor hoe ze
het deden.
Dan drupt haar thee met suiker naar
beneden.
't Plakt in zijn haar en stil pakt
ze haar tas.
Margreet
Spoelstra
|