Jan Hagel - drie gedichten  
klosstart4
achteruit  of vooruit
redactioneel

inhoud

Sati Dielemans
Jan Hagel
Jelleke Nekkers
roop
Frieda Snel
Margreet Spoelstra

Jan Hagel 

 

Voorouderverering

Geen requiem van Berlioz, geen Dante en geen 
donder van Aeschylus, eschatologie, stuwmeer- 
poëzie of Jeff Koons waren giften voor zijn 
reis door de piranha-Styx naar het museum 
van fossiele knekels, de hemel van de aarde. 

Zijn handen waren afwisselend gelakt en geteerd 
door het klinken van duigen. Een foto - lang 
voor camera's herinnering stalen - sierlijk 
in grijs-grauw als echt geëtste werkelijkheid, 
toont hem jong karakteristiek: schamperende ogen. 

Ik heb de foto niet, herinner me slechts de vonk 
die zijn leven lang van de reis terug verhaalde. 'Naar 
de vogels, of naar de haaien', lachte en sneerde 
hij voordat hij grommend krom rochelend sjokkend, elk 
jaar uit en te na verklaard, naar zijn volières kroop. 

Toen was hij worstelend kapitein van averij. Op zijn 
armen woekerde de schimmel van eczeem, op zijn schenen 
nog meer. Zijn longen waren stenen waaruit weeën 
sloten slijk stuwden. Hij sprak nooit van die Duits- 
Franse jaren, dwangarbeid en slapen op natte stro. 

Nu is hij zeker van de aarde, die niets aan vlees 
dat ze om losse knekels weeft, dertien jaar lang 
zielloos gedoogt. Misschien wèl als precieze, kleine 
giften naast zijn handen liggen: een duig, eieren uit 
een kanarienest, rookworst en mosterd, zijn schrapzaag, 
de nagel die ik al zo lang voor zijn doodskist bewaar. 
 
 

Opium

Aan de bridgetafel, 
gebogen over de stukken 
van het schaakbord 
zat Strindberg als 
de dood; althans 

Tjalling leek op hem; 
hield veel van Astrud Gilberto, 
van jeugdfoto's meer dan 
van haar stem; zijn vrouw 

had eens op haar geleken. 
Nu praatte hij over Vietnam, 
hun vakantie; hij was geen toerist, 
was avonturier, 
vond publiek geheime papavervelden, 
had meegemaakt, had meegemaakt. 

Foto's, nee foto's vertelden avonturen 
zeker niet en het trekje dat hij nam, 
hij nam een trekje aarde en de wereld kwam 
als compote direct voort uit een schepping; 
raaf en slang bouwden een web van bruggen 
in de tempels van Vietnam. 

Zei hij: "We weten de dingen maar half echt." 
Een zet met een loper, die avond test hij zijn lopers 
- we schaken eens per maand. Een week later kom 
ik kijken hoe hij bridge speelt, zegt hij: 
"Volgend jaar Thailand. Waarom gaan jij en Fleurtje 
niet mee?" 
 
 

Woestijndroom (of: Tussen twee spiegels) 

Zand in mijn ogen tot aan de horizon 
en ik struikel bij een man die met oude 
handen over fata morgana vertelt, hoe 
die altijd opstijgt uit de verre rand van 
dit uur, in zijn droogte echt en vals. 

Pavanes lopen over me heen als termieten 
en de man is weg, staat nu op een heuvel, 
net een wolf met de vleugels van een raaf, 
blakerbrandend tegen de uitgeklede zon, 
die helix zich schroevend in mijn blik. 

Op de uitkijk ga ik kruipend waar droog 
gebleekte knekels gaan en schep tegen dorst 
mijn gekloven mond vol warm zand uit de hand 
van een vrouw èn vanonder een parasol zegt ze 
dat dit uur, droog of nat, even vals als echt is. 

Sarabandes kruipen om me heen als torren 
en de vrouw is weg, zweeft nu door een kuil, 
ze is net een vos vlinderachtig, als losse dag 
onder witterattenwolken, die stuivend 
omwentelen in mijn kalkgrot centrifuge. 

Tussen twee spiegels herhaalt de woestijn 
woestijn. Plus fata morgana, morgende fata 
en waar ik ben, ben ik zijdedood met nog wat 
nagelaten vlees 
               en waar ik ben is wind schuurpapier.
 
 
 
 
 

Jan Hagel 
achteruit  of vooruit
klosstart4