Frieda Snel - twee gedichten  
klosstart4
achteruit  of vooruit
redactioneel

inhoud

Sati Dielemans
Jan Hagel
Jelleke Nekkers
roop
Frieda Snel
Margreet Spoelstra

Frieda Snel 

 

Oud gedicht 

De kerst voorbij, het nieuwe jaar 
maar pas begonnen, de dagen drijven 
als schuimrest op een vettig afwassop, 
een schrale echo van het oudste zeer. 

Hoe jong zijn we nog en hoe lang nu 
de dagen voorzichtig gaan lengen 
en wij hier, zo oud als wij zijn, zien 
hoe genadeloos afwezig wij zijn. 

Zacht zouden nu de wolken ruiken 
van de bui die ons niet liet verdrogen, 
dorstig zouden wij zijn als een sterke 
ijzel ons hier staande hield. 

Wie niet alleen is, moet dat willen blijven. 
Wie weg moet, schiet daar nu niet mee op. 
 
 

Vraag

Heb ik nog kinderen, een moeder 
die mij straks verwacht, een afspraak 
of een uitspraak die ik dacht? 

Ik dacht dat het voorbij was, zoals 
het kwam, zoals in de mijnen het water, 
het reukloze gas dat er voor weduwen was. 

Zoveel later ben ik wel iets van mijzelf, 
zo bezet, zo deerlijk parallel als het 
jaagpad en het kanaal, de hoge 
en de lage stoep, kinderkabaal. 

Er is een stroom waardoor ik klink, 
spanning waarvan ik heilloos drink, 
een spel waarin ik neem en geef. 

Wat is het bitterste wat ik verloor? 
Puimsteen geheugen dekt het graf. 
 
 
 
 

Frieda Snel 
achteruit  of vooruit
klosstart4